Studiesucces

Verhogen Studiesucces TU Delft


Studenten die afstuderen bij de TU Delft, zijn breed ontwikkelde ingenieurs, die gewild zijn op de arbeidsmarkt en bijdragen aan het oplossen van grote maatschappelijke problemen. Maar het aantal studenten dat binnen vier jaar zijn bacheloropleiding afrondt is slechts 22%, terwijl de norm voor nominale afronding van de bachelor 3 jaar is. De lange studieduur is niet goed voor de student: zijn motivatie neemt af en een langstudeerboete van de overheid dreigt. Het heeft ook invloed op de onderwijskwaliteit: meer studenten betekent grotere groepen en meer druk op studiefaciliteiten, studentenhuisvesting, enz. Daarom zou nominaal studeren de norm moeten zijn.

Om dat te bereiken neemt de TU Delft de volgende maatregelen:


a. Het invoeren van blokonderwijs in de bacheloropleidingen
• Verminderen van het aantal parallel geprogrammeerde vakken
• Vergroten van de samenhang in het curriculum
• Verminderen van het aantal tentamens
• Bevorderen van geconcentreerde studie

b. Het compenseren van toetsen en het beperken van het aantal toetsmomenten
• Tussentijdse toetsen
• Aanbieden van (digitale) formatieve toetsen (toetsen om kennis op te doen of toe te passen zonder directe consequenties voor de eindbeoordeling)
• Beperken van herkansingen en het zo goed mogelijk inplannen van het moment van herkansen
• Strak handhaven van het aanmeldingsprotocol voor tentamens
• De gevolgen van ‘no-show’ bestuderen en aanpakken

c. Het monitoren van de studielast
• De hoeveelheid uren die aan een studie(onderdeel) moet worden besteed, dient overeen te komen met het aantal aangegeven ECTS.

d. Het verhogen van de BSA-norm naar 45 ECTS en het instellen van een voortgangsadvies na het tweede jaar
• In het eerste jaar worden studenten geholpen door een studieadviseur en/of mentorgroepen om een goede start te maken.
• Vanaf het tweede jaar geldt een bijna-bindend-studieadvies van 45 ECTS. Jaarlijks vindt er een voortgangscontrole plaats. Wie minder dan de 45 ECTS haalt, levert een studieplan in bij de studieadviseur/begeleider ter bespreking. In dit gesprek wordt gekeken naar mogelijkheden voor de student om zich de stof beter eigen te maken en naar deelname aan ondersteunende activiteiten zoals repetitorweken en formatieve toetsen.

e. Selectief opnemen van extra-curriculaire activiteiten in het curriculum
• Sommige activiteiten die buiten het reguliere onderwijsaanbod vallen, hangen toch samen met de studie en de eindtermen van de opleiding. Zulke activiteiten kunnen een plaats krijgen binnen het curriculum. Dit gebeurt via een projectminor of via goedkeuring door de examencommissie. Studenten kunnen vooraf een voorstel neerleggen bij de examencommissie en om goedkeuring vragen.

f. Strikte begeleiding afstuderen en masterfase
• Faculteiten hanteren strikter de afstudeerprocedures en monitoren de doorlooptijd van het bachelor- en het mastereindproject.
• De afstudeerbegeleider stelt vooraf een afstudeerprocedure vast waarin wordt vastgelegd:
o de communicatie tussen student en begeleider en de frequentie van overleg
o de eindtermen, de inhoud en het plan van het afstudeeronderzoek
o de tijdsplanning
o de tussentijdse beoordeling

g. Extra middelen voor studiebegeleiding
Het CvB zal extra middelen inzetten voor de studiebegeleiding in het eerste, tweede en derde jaar van de bacheloropleiding. De middelen geven de faculteiten de ruimte om een op de nieuwe situatie afgestemde studiebegeleiding in te richten.

h. De universiteit besteedt structureel aandacht aan het professionaliseren van docenten
Voor docenten met minder dan vijf jaar onderwijservaring bestaat er de Basis Kwalificatie Onderwijs; voor docenten met een ruimere ervaring is er de Senior Kwalificatie Onderwijs. Daarnaast zullen faculteiten/opleidingen gestimuleerd worden de aandacht voor goed onderwijs via themabijeenkomsten gaande te houden. Te denken valt aan een keur van onderwerpen: didactische vaardigheden, 'blended learning', digitaal onderwijs, toetsbeleid, curriculumontwikkeling e.d.
Vakevaluaties moeten de student duidelijkheid geven over de wijze waarop het onderwijs wordt gegeven. Evaluatie-uitkomsten zijn publiek (zie Studentenstatuut). Indien van toepassing moet de uitkomst van een evaluatie de student ook wijzen op mogelijk lastige onderdelen binnen het vak.

i. Goede overgangsregelingen voor de studenten die een overstap moeten maken van de oude naar de nieuwe onderwijsprogramma’s, waaronder:
• Uitzonderingsbepaling bij onstudeerbaarheid onderwijsprogramma
Een nieuw onderwijsprogramma kan onverwacht negatieve gevolgen meebrengen voor studenten (denk aan 'kinderziektes', spreiding van studielast). Als inderdaad mocht blijken dat een groep studenten die moet voldoen aan het BSA hierdoor nadeel ondervindt bij de voortgang van de studie, dan kan dat ertoe leiden dat voor deze groep studenten een uitzondering wordt gemaakt. 
• Evaluatie na vier jaar van het bindend studieadvies (BSA) op basis van 45 ECTS
Het BSA op basis van 45 ECTS zal na vier jaar worden geëvalueerd, waarbij er expliciet wordt gekeken naar de effecten op de studievoortgang in het tweede en derde jaar.
• Heldere voorlichting aan potentiële studenten
Minstens een jaar vóór verhoging van het BSA naar 45 ECTS zal de universiteit potentiële studenten hierover informeren. Het moet voor aankomende studenten helder zijn waar zij aan beginnen en welke begeleiding zij kunnen verwachten. Al deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat studenten minder vertraging oplopen. De begeleidingsstructuur bij de BSA zorgt er verder voor dat studenten die een verkeerde studiekeuze hebben gemaakt dit zo gauw mogelijk weten en alternatieve wegen kunnen inslaan.

Uit onderzoek blijkt dat:
- studievoorgang negatief wordt beïnvloed door het aantal vakken dat tegelijkertijd gevolgd moet worden.
- professioneel gedrag en ‘gemiddelde eerste cijfers’ krachtige voorspellers van studiesucces door alle bachelorjaren heen zijn.
(bron: VSNU, Executive Seminar ‘Studiesucces’)

- het aantal behaalde studiepunten na het eerste jaar een dalende lijn vertoont. 45 ECTS in het eerste jaar is feitelijk aan de lage kant om het Bachelordiploma in vier jaar te halen.
(Zie ‘Relatie tussen studiepunten in het eerste jaar en studiepunten na drie jaar’.)

Meer weten? Bekijk de presentatie van Henk Schmidt ‘Waarom falen studenten in het universitair onderwijs’.

 

Adviesrapport Koersen op studiesucces

De bovenstaande maatregelen zijn uitgebreid beschreven in het adviesrapport "Koersen op studiesucces".

 

Planning

Maatregel Invoer

  • Herwaardering curricula September 2013
  • Blokonderwijs/compensatoir toetsen September 2013
  • Bindend studieadvies 45 ECTS September 2012
  • Extra-curriculaire activiteiten Per direct
  • Begeleiding Masterfase en afstuderen September 2011

 

© 2017 TU Delft

Metamenu